Preek Wilma

De preek van Wilma Stoelinga, gehouden op 22 november 2015

1 Korinthiers 1:27

…….want wat zwak is voor de mensen, heeft God uitverkoren om de wereld te beschamen.

Deze tekst kwam al snel in mijn gedachten toen de vraag kwam of ik een keer ‘de Preek van de Leek’ zou willen houden. Een vraag die vragen opriep. Een vraag ook, die ik toch ook niet kon weerstaan. Zo ijdel ben ik wel.
Hoewel vrijwillig gekomen, bent u nu een poosje aan mij overgeleverd. Wat kunt u verwachten?
Om met Stef Bos en Amanda Strydom te spreken: Ik spreek de taal van mijn hart.
Deze tekst: Wat zwak is, heeft God uitverkoren om de wereld te beschamen….past zó bij de kinderen die in het Kinderhospice komen. Ernstig ziek, jong en volledig afhankelijk van de zorg, bescherming en inzet van anderen. Kinderen die zich niet volgens de ontwikkelingsmodellen van Piaget of Maslow zullen ontwikkelen. Kinderen die niet oud zullen worden. Kinderen die, naar de maatstaven van deze tijd, in meerdere gevallen niet geboren hadden hoeven/ moeten worden. Kinderen die niet de droom zijn die hun ouders van hen hadden. Kinderen die de wereld op zijn kop zetten.

Maar de tekst past niet alleen bij de kinderen die wij zien. De tekst past ook bij hun ouders. Mensen als u en ik, die ‘de pech’ hadden een doodziek kind te krijgen. Ouders die in een achtbaan van zorg, verdriet, hoop, angst, frustratie en wat al niet meer beland zijn. Ouders die opstaan en vechten als leeuwen. Ouders die hun leven op z’n kop zien staan.
Maar er is iets vreemds met deze tekst die de apostel Paulus eigenlijk schreef aan de mensen die in Korinthie woonden. Resultaat van hun aanvaarden van Jezus Christus als de echte Waarheid was dat zij veracht en aan de kant gezet werden. Ze werden belachelijk gemaakt. Zwakkelingen waren het. Watjes.

Al lezend en vergelijkend werd meer en meer duidelijk dat deze tekst niet alleen over de Korinthiers gaat. Er is iets opmerkelijks aan de hand.
Tegenover het zwakke of verachte of verwaarloosbare, niet interessante, staat de grote sterke wereld. In het Grieks, de oorspronkelijke taal, wordt het woord kosmos voor wereld gebruikt. De kosmos was de geschapen en toen bekende wereld. De hemel en de aarde. Het universum. In de tijd van de Grieken en in de context van de brief, ook de wereld van de mythologie van de Grieken.

‘Die wereld’ zegt Paulus, wordt ‘klein gemaakt’, moet zich schamen, omdat wat zwak is, groter en waardevoller blijkt te zijn. Van andere grotere waarde.
Al lezend wordt duidelijk dat dat een soort lijn door de geschiedenis van God met mensen is. Een lijn die vroeger gold, maar ook nu. Merkwaardig. Of juist de manier van God?
In het licht van 1 Kor 1:27 en kijkend naar dit ‘heel-al’ vraag ik me af of de aarde zelf misschien ook de nietigste van allemaal is. De zon wordt in de kosmologie ook wel ‘de gele dwerg’ genoemd. De zon……! Met al haar kracht en hitte. Wat stelt dan de aarde nog voor?

God schiep de hemel en de aarde, de sterren, planeten, de kosmos. En God schiep de mens, naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. Het zit ook in ons gebakken, om goed te doen.
De aarde en de volken zegt Jesaja, zijn een stofje aan de weegschaal. Maar toch heeft God juist daar Zijn oog op laten vallen.
Daar sprak Hij zijn woord en daar schiep Hij de mens, naar Zijn beeld en Zijn gelijkenis. En God zag dat het goed was, zeer goed. Want als God iets doet, doet Hij het goed. Hij wil niet anders. Maar Hij kan ook niet anders. God is ‘van nature’ goed.

Het lijkt mij een Goddelijke wet. Een universeel gegeven dat God let op het kleine, het zwakke.
Daar wil Hij mee verder. Dat heeft Zijn hart.
God schiep de mens. Naar zijn beeld en Zijn gelijkenis. En daar stonden ze dan in dat grote paradijs waar het ‘zeer goed’ was. Alles klopte. Het was volop genieten en er was maar één boom waar ze best onder mochten zitten of in mochten klimmen, maar niet van eten.
We kennen het vervolg. We zien de gevolgen, iedere dag.

Later koos God Zich een volk. Zij worden ‘een nietig volkje’ genoemd, het kleinste, zwakste, volkje. Merkwaardig.
Deuteronomium 7:7-9 vertelt ons het volgende over het volk Israël: “Niet omdat u talrijker bent dan de andere volken heeft de HEER zich aan u verbonden en u uitverkoren, want u bent het kleinste van alle volken.”

En God stuurde Zijn Zoon. Hij werd veracht en van mensen verlaten. Hij zei: indien U wilt laat deze ure aan mij voorbij gaan…
Hoe zwak kun je zijn?

En wij? Wij streven naar het allerhoogste en mooiste. Mooi en snel en flitsend. Wat niet gaaf en strak is, proberen we te voorkomen of weg te werken.
We zijn in staat de ander en onszelf te vernietigen.
We zien het dagelijks…..in de wereld om ons heen, in onze gedachten, in de praktijk van niet geboren of gehavend leven. Stervende en doodzieke kinderen. Veraf en hier dichterbij.
In onze eigen levens, waarin geliefden ziek of oud worden, afhankelijk zijn, sterven en wij achterblijven.

Merkwaardig is het dat juist dán het leven er toe doet. Dat juist in moeilijke omstandigheden we de vragen gaan stellen die er echt toe doen, hardop of in gedachten.
Wanneer wordt (de mooiste) kunst gemaakt?
Wat zijn de waardevolste momenten, gebeurtenissen, gedachten, vriendschappen?
Wat blijkt echt van waarde in het leven?

Het is toch merkwaardig dat ouders van kinderen kunnen zeggen dat zij het ‘dood-ziek’ zijn van hun kind nooit mee hadden willen maken,…… maar ook niet hadden willen missen……….. omdat het hen bracht bij de kern van de zaak: het Leven.
Het is toch opmerkelijk dat ook filosofen, psychiaters, ja zelfs diezelfde Grieken, lijden opvatten als een mogelijkheid om meer mens te worden.

Het is een paradox:
Als mens streven we naar het beste, mooiste, hoogst haalbare………………….
Tegelijkertijd brengt onze zwakte ons het meest.
We moeten en mogen ook streven naar het beste, daarvoor zijn we geschapen, bedoeld.
Maar in onze zwakte zijn we het meest afhankelijke en kwetsbaar en leren we het meest.

Het is een Goddelijke paradox.
God is de almachtige. Hij spreekt en het is er.
Toch kiest Hij er voor de zwakste te zijn. In Jezus, de Zoon.

Amen.

Advertisements